| Navigeren
met de sextant:
De
werking:
De
sextant berust op het rechtstreeks waarnemen van een punt en
het waarnemen van datzelfde punt via een stelsel van twee spiegels.
Vervolgens draait men de spiegels zodanig, dat een punt waarvan
men de hoek ten opzichte van het eerstgenoemde punt wil meten,
in de spiegel samenvalt met het rechtstreeks waargenomen punt.
Daarna kan men de hoek aflezen.
Een
ander instrument, dat in constructie en werking veel overeenkomst
vertoont met de sextant, is de prismacirkel. Het voornaamste
verschil met de sextant is dat bij de prismacirkel de met graadverdeling
gemerkte rand de gehele cirkelomtrek beslaat en dat de kimspiegel
vervangen is door een rechthoekig prisma. Met de prismacirkel
kunnen grotere hoeken worden gemeten, maar hij weegt meer en
vangt meer wind. Daarom werkt men aan boord van schepen meer
met de sextant.
| Zeelieden
gebruikten sterren om zich te kunnen oriënteren als
er niet langer land in zicht was. De octant en sextant zijn
meetinstrumenten die de positie van de sterren in verhouding
tot de horizon, en daarmee ook de positie van een schip,
kunnen bepalen. De octant werd in de jaren dertig van de
18de eeuw uitgevonden door John Hadley en kon wel worden
gebruikt voor het bepalen van de breedtegraad, maar niet
voor het bepalen van de lengtegraad. De octant werd in 1757
vervangen door de sextant van John Campbell, die zowel breedte-
als lengtegraad kon meten |
 |
|